Navigace  |  Obsah  |  Vyhledávání
CSENDEFRRUNLHU

Přeskočit navigaci


 

Bekende personen

In de regio Jindřichův Hradec woonde en werkte een groot aantal belangrijke personen van Tsjechische geschiedenis, cultuur, politiek en wetenschap. Vooral waren dat de leden van regerende families uit Hradec, zij het de heren van Hradec, de familie Slavata of familie Černín die hoge posities bij de maatschappelijke en politieke hiërarchie van het Tsjechische koninkrijk behaalden. Nauwe betrekkingen met de vertegenwoordigers van de Oostenrijkse monarchie brachten een aantal Tsjechische koningen en keizers van het Romeinse rijk naar Jindřichův Hradec. Tussen hen waren Ferdinand I., Leopold I. (zijn gouvernante was de echtgenote van Jáchym Oldřich Slavata), Josef Il, Karel IV., Maria Theresia, Josef II. (er wordt gezegd dat in het huis nr.. 133/III werd, niet herkend, in 1765 met melk getrakteerd). Ook beide presidenten van de eerste Tsjecho-Slowaakse republiek - T. G. Masaryk en E. Beneš., bezochten de stad. Met de geschiedenis van de stad is ook een verblijf of werk verbonden van voornaamste personen van de culturele historie. Er kan bv. V. Michna uit Otradovice, barokke componist, genoemd worden. In Jindřichův Hradec zat Tomáš uit Štítné (ong. 1333-1409) ergens in de jaren 40 van de 14e eeuw op school bij het minorietenklooster van De Heilige Johannes de Doper. Hij was een van de voorgangers van Jan Hus.. De boeken van deze religieuze filosoof-leek zijn de hoogtepunt van Tsjechische religieuze proza van de 14e eeuw. In Jindřichův Hradec werkte J. K. Tyl, er werkten ook gebroeders Čapek , er logeerde ooit de componist Liszt en K. H. Borovský onderweg naar Brixen. In de ontwikkeling van de onderwijs en culturele leven in de 17e en 18e eeuw speelden de activiteiten van het college van Tovaryšstvo Ježíšovo (De Sociëteit van jezus) in Jindřichův Hradec een doorslaggevende rol. Op het jezuïeten gymnasium werkte een aantal belangrijke pedagogen van wie de meest bekende Bohuslav Balbín (1621-1688), bekende historicus, de auteur van heemkundige encyclopedie van het Tsjechische Koninkrijk en ook Tsjechische patriot. Zijn publicatie 'Verweren van de Slawische, vooral dan de Tsjechische, taal' wordt als een soort van 'springplank' gezien voor Tsjechische Nationale beweging. Onder het aantal andere pedagogen werkzaam aan het jezuïeten gymnasium in Jindřichův Hradec  kunnen wij ook Matěj Václav Šteyer (1630-1692) noemen, die een van de auteurs van de vertaling van de Wenceslasbijbel was en ook was hij initiatiefnemer van de oprichting van het Erfgoed van De Heilige Wenceslas, een uitgeverij die Tsjechische boeken uitgaf. Hij is echter meer bekend als de auteur van de belangrijkste barokke bundel van Tsjechische katholieke gezangen, de Český kancionál (Tsjechische Christelijke liedbundel, soms ook De Heilige Wenceslas genoemd).
Een van de leerlingen op het jezuïeten college, later een voornaamste lid van de literaire broederschap in Jindřichův Hradec, orgelspeler, leraar zang en muziek, dichter en vooral componist Adam Václav Michna z Otradovic. Deze burger uit Jindřichův Hradec, eigenaar van een kroeg, is vooral bekend als de auteur van bijna tweehonderd liederen waarvan de meerderheid door hem in bundels Česká marianská muzika (1647, Tsjechische Mariaanse muziek), Loutna česká (1653, Tsjechische luit) a Svatoroční muzika (1661, Muziek van het heilige jaar) werden uitgegeven. De bundels staan voor hoge kwaliteit van Tsjechische barokke liederen en een van de voornaamste artefacten van ontwikkelde burgerlijke cultuur van het eind van de 17e eeuw. De grondlegger van Duitse komische opera, Karel Ditters uit Dittersdorf, bracht de laatste jaren van zijn leven door op het kasteel Červená lhota en de nabije Nový dvůr op het eind van de 18e eeuw. Hij was een vruchtbare en toentertijd de meest erkende componist (meer dan 40 opera's, een paar oratoria, missen en cantates, meer dan 120 symfonieën, tientallen kleinere concerten, serenades en kamermuziek). Hij stierf in 1799 en ligt in nabije Deštná begraven. De bekendste en ook de meest belangrijke van de studenten uit Jindřichův Hradec is een zoon van een bierbrouwer uit Černín, later de grondlegger van Tsjechische opera Bedřich Smetana. De jonge Smetana zang hier op ket koor van de parochiekerk en kreeg piano les van František Ikavec.  De stad was echt rijk aan muziekpedagogen, componisten en goede muzikanten. Behalve de reeds genoemde Ikavec werkte Jan Evangelista Kypta in Jindřichův Hradec, componist van kerkelijke muziek en dansmuziek, daarnaast ook de koorbegeleider, muzikantenleider en componist František Vacek, Jan Baumruk, afgestudeerde aan het conservatorium in Wenen, Kamil Voborský, leerling van Antonín Dvořák die componist en koorbegeleider werd, Vilém Pojman, leraar van een andere belangrijke Tsjechische componist Vítězslav Novák die in Jindřichův Hradec op gymnasium zat. In Jindřichův Hradec werkte ook muziekinstrumentenmaker, vooral pianomaker,  Martin Kratochvíl, die ook een nieuw instrument, zgn. "coelison" (hemels geluid) in de vorm van een rechtopstaande piramiedenpiano maakte. Wat er ook interessant was aan dit tijdperk is een anekdote uit december 185. Toen logeerde Karel Havlíček Borovský in het hotel Bij de Gouden Gans in Jindřichův Hradec op zijn niet-willekeurige weg naar exil in Brixen. Hij was voorname Tsjechische journalist, satireschrijver en ook politicus. De bewoners van de regio Jindřichův Hradec hebben hem als hun kandidaat in het parlement gekozen in 1848. Onderweg, zoals Havlíček dat op een leuke manier in zijn Elegieën uit Tirol beschreef, werd hij vergezeld door commissaris Dedera. Die werd in Jindřichův Hradec geboren en werkte bij Oostenrijkse politie. Op het eind van de 19e en op  het begin van de 20e eeuw werkte in de regio ook een aantal voorname politici. Een ervan is advocaat uit Jindřichův Hradec Jan Slavík, geboren in de nabije Nový Etynek (Nová Včelnice) die als parlementslid van de rijksraad in het Oostenrijkse parlement het eerste voorstel van de wet op algemeen stemrecht voorlegde. Daarnaast kunnen wij Antonín Rezek noemen die in Jindřichův Hradec geboren werd en in 1900 tot minister van de Oostenrijks-Hongaarse regering werd genomineerd.  František Staněk uit Strmilov was de leider van het Tsjechische club in de rijksraad en na het ontstaan van zelfstandig Tsjecho-Slowakije werd hij minister in enkele regeringen. Een nauwe betrekking tot de regio had ook de navolger van de Oostenrijkse troon Frans Ferdinand van Oostenrijk-Este die een kasteel en landgoed had in  Chlum u Třeboně, waarvan hij in 1914 op de fatale weg naar Sarajevo vertrok. In Jindřichův Hradec begon Josef Zítek zijn loopbaan als architect. Hij werkte in de jaren 60 in dienst bij de familie Černín en later realiseerde hij er zijn eerst project - een tuinrestaurant Rudolfov waar zestig jaar later Karel Čapek zijn roman Krakatit schreef. Antonín Chittussi gebruikte natuur in de omgeving als inspiratie voor zijn schilderijen, recht in Jindřichův Hradec is schilder, grafiekenmaker en pedagoog Hanuš Schwaiger geboren. In 1900 is de grondlegger van Tsjecho-Slowaakse reportagefotografie Karel Hájek in Lásenice geboren en in Jindřichův Hradec begon Praagse fotograaf Jan F. Langhans zijn carrière. De voornaamste Tsjechische operazangeres Ema Destinnová was ook met Zuid-Oost Bohemen verbonden. Deze prima donna van Berlijnse Hofopera, Koninklijke opera in Londen, Metropolitan opera in New York en ook erelid van het Tsjechische Nationale Theater koos het kasteel in Stráž nad Nežárkou om er te wonen vanaf 1914. Zij stierf er in 1930. Het museum van Jindřichův Hradec herinnert aan haar persoonlijkheid en kunstvaardigheden in vaste tentoonstellingen.
11.4.2011 15:00:56 - aktualizováno 13.10.2014 11:48:59 | přečteno 22917x | Vladislav Sochna

Zoeken



 
Informační středisko město Jindřichův Hradec © 2011  |  Panská 136/I, 377 01 Jindřichův Hradec, Česká republika
tel. +420 384 363 546  |  e-mail: info@jh.cz
Mobiele versie website
load